30 jan
  • By arnoenina

30 jan – HIV… en hoop

“Wat is je hoop?” vraag ik.

Even gaat haar gezicht uit de plooi. In de afgelopen minuten heeft Amrita verteld hoe haar leven de afgelopen jaren op de kop is gegaan. Twee jaar geleden overleed haar man. Een jaar later zijn oudste broer. En afgelopen maand haar enige zoon. Twaalf jaar. Ze is alleen overgebleven. Nog geen 40 schat ik. En HIV besmet.

Wat is je hoop? Haar ooghoeken zijn vochtig, maar ze herpakt zich, en neemt weer haar ‘normale’ houding aan. Quasi-onbezorgd, en een brede lach op haar gezicht. Op z’n Nepalees: blijven lachen, al doet het nog zoveel pijn. Ze wijst naar haar winkeltje. “Da’s mijn inkomen”, zegt ze. Ze heeft een lening voor de winkel, maar als ze een beetje verkoopt, redt ze het wel. Maar wat is ‘het’? Waar leeft ze nog voor? Wat is haar hoop? Ik wissel een blik met pastor Rajendra naast me. Hij knikt.

Plat

Ik ben in Sunsari, in het zuiden van Nepal, tegen de Indiase grens. Hier is het net zo plat als Nederland. En lekker warm… De afgelopen dagen heb ik training gegeven, en nu ben ik met een paar collega’s van UMN en een partnerorganisatie op bezoek bij mensen als Amrita. Alleenstaanden, moeders en families die geraakt zijn door HIV/Aids. Juist in deze grensstreek met veel migratie een ‘big issue’.

 

Wereld van verschil

Ik ben onder de indruk als ik hoor hoe de afgelopen 10, 15 jaar de positie van mensen met HIV enorm is verbeterd. Veel vooroordelen zijn (bijna) verdwenen. Vijftien jaar geleden waren mensen met HIV hier paria’s: als je met hen in één ruimte bent of hetzelfde eten eet krijg je ook aids, was de overtuiging. HIV-ers hadden geen rechten, families leefden apart van elkaar, en kinderen uit HIV-families werden niet toegelaten op school.

Traditioneel huis in Sunsari. Op palen: hier zijn vaak overstromingen.

Mede dankzij het jarenlange werk van UMN zijn de vooroordelen grotendeels verdwenen, en kunnen mensen met HIV weer aanspraak maken op hun rechten, net als ieder ander. Als we voorlichtingcampagnes doen, worden die gesteund door de lokale overheid, en inmiddels zijn er voldoende aidsremmers beschikbaar, gratis beschikbaar gesteld door de VN.

Collega’s helpen de families die geraakt zijn door HIV met kennis over de ziekte, het voorkomen van besmetting, hygiëne en een goed voedingspatroon, wat minimaal net zo belangrijk is als aidsremmers. Ook helpen zij hen op weg om de juiste medicijnen te krijgen, om met anderen (zoals familie) te delen over hun ziekte, en met lotgenoten ervaringen te delen. De meeste HIV-ers kunnen na verloop van tijd zelfstandig hun zaken regelen. En via microkrediet krijgen veel van hen de kans om voor een eigen inkomen te zorgen.

Bibi werd gezond geboren dankzij een beschermende behandeling

Gezonde baby

Ook ondersteunt UMN HIV-positieve moeders in hun zwangerschap. Een collega vertelt dat de kans op besmetting van de baby 66% is, maar met een speciaal programma kan de baby tijdens de zwangerschap worden beschermd tegen besmetting.

Binita is zo’n moeder. Een jaar of 30, en moeder van 4 kinderen. Eén ervan is overleden, maar haar jongste van 2 maanden ziet er blij en gezond uit! Dankzij het programma is baby Bibi geen HIV-draagster.

De kerk de angst voorbij

Lokale kerken waren eerst nét zo bang voor HIV, en bleven uit de buurt van mensen met HIV/aids. Maar op bezoek bij onze christelijke partnerorganisatie hoor ik hoe een paar christenen met visie, een beetje meer kennis, en hart voor hun medemens lokale kerkleiders hebben geinspireerd om het voortouw te nemen. Dat hebben ze gedaan, en inmiddels zorgen veel vrijwilligers uit de lokale kerken voor allerlei soorten praktische en pastorale ondersteuning voor families die zijn getroffen door HIV/aids. Gaaf!

Verkeerd bloed

Verse vis langs de stoffige weg

Ik ontmoet een andere HIV-draagster langs de weg. Tien jaar geleden kreeg haar man een – achteraf – besmette bloedtransfusie. Zijzelf en één van hun kinderen is nu ook HIV-positief.

Terwijl zij haar verhaal vertelt komt haar man de drukke weg oversteken, met een grote metalen bak. Ik kijk erin: vis! Hier langs de weg, in het stof en uitlaatgassen, verkopen ze vis. Maar daarmee hebben ze een prima inkomen. Hun familie weet van hun status, en steunt hen. Het enige dat dit gezin nog nodig heeft is hulp bij het halen van medicijnen.

Gesloten

Amrita lacht nog ‘s, en staart naar de overkant. Een beetje achteraf zit Prashansa, een jonge meid, maar een geweldige counseler volgens mijn collega UMN-ers. Gisteren bij de training hoorde ik al hoe ook zij en haar teamleider vroeger bang waren om besmet te raken, maar intussen vol passie letterlijk een arm om hen heen zijn. Ze bezoekt trouw veel mensen met HIV, en kijkt wat ze nodig hebben, maar ook om hen te koppelen aan lotgenoten, en te zorgen dat ze hun verhaal kunnen delen. Zoals wij haar verhaal nu horen.

Maar nu even niet meer. Want bijna onmerkbaar komt een oud, rimpelig vrouwtje dichterbij geschoven. Nieuwsgierig, verveeld, of allebei. Als collega Reema weer een vraag wil stellen aan Amrita, krijgt ze een duwtje van Prashansa. Amrita’s HIV status is geheim, ze is bang dat ze anders klanten kwijtraakt. Haar status is nog ‘gesloten’. Dus gaat het gesprek verder met wat herinneringen over Amrita’s man.

Maar dat ‘gesloten’ helpt natuurlijk niet om minder eenzaam te zijn. Terug in de auto gaat het daar ook even over. Prashansa en haar collega’s moedigen mensen die leven met HIV aan om hun situatie te delen met hun familie en omgeving.

Samen met voorlichting is dat vaak een steun, in plaats van een verpletterend geheim dat je meedraagt. Want helaas plegen nog steeds veel HIV-dragers zelfmoord. Bid je mee dat nog veel meer HIV-dragers en hun families hoop en toekomst vinden?

Op weg naar Amrita