26 jul
  • By arnoenina

26 jul: Weer thuis!

Na 8 maanden Nederland zijn we vanochtend weer teruggekomen in Nepal. Moesson of niet: wij zijn weer thuis!

“Kunnen we deze week overslaan?” Imre zei een week geleden wat we allemaal dachten. Inpakken, papierwerk, afscheid nemen, stress; niet het leukste deel van weer weggaan.

Overslaan lukte niet, maar het hielp wel dat het heerlijk weer was, zodat we nog volop van ons heerlijke plekje konden genieten. Wat is er lekkerder dan tussen het inpakken even in het zonnetje te zitten, of even te beachballen op het gras? En -helaas- kunnen en willen we (helemaal met de huidige hoge besmettingscijfers) niet teveel mensen meer zien.

Testen

Vrijdag begon het echte werk, met aan het eind van de middag een spannend moment: de vereiste PCR-test om te mogen reizen. Nou ja, testuitslag binnen 24 uur, dus afwachten maar.

Peter en Jair schroeven een burootje uit elkaar

Zaterdag was d-day. De stacaravan leegruimen en schoonmaken met hulp van Griëtte, terwijl Peter en Sandra (ook van ons thuisfrontteam) de extra caravan en voortent afbreken. We zeggen dag tegen het campinggevoel van de laatste 5 weken, brengen spullen naar de opslag, fietsen naar een ander adres, een geleende koelkast naar een vriendin. Dan merk je dat je in 8 maanden toch heel wat meer spullen gebruikt dan in 3 weken… Wat over is (en dat is nog een heleboel) ligt aan het eind van de middag bij Arno’s ouders.

De koffers pakken en alles klaarmaken wordt daarmee toch nog nachtwerk, helemaal omdat de uitslag van de PCR-test te laat komt, en we die nodig hebben om een hele berg andere formulieren in te vullen. Corona zorgt voor heel veel meer formulierwerk. En eh, wat als één van ons positief is?

Negatief!

God zij dank is de uitslag voor ons alle vijf negatief. We kunnen door! Al zijn we wel een beetje bezorgd over de testcertificaten zelf, die zijn wel erg summier. Geen foto, geen barcode, geen stempel, geen QR-code, niet eens een handtekening. En wel € 100 per test. Toch even bellen. Maar nee, dit zou goed moeten zijn. Nou ja, we kunnen nu toch ook geen nieuwe test meer doen.

Zondagochtend brengen Peter en Arno’s ouders ons naar Schiphol. Het laatste afscheid weer, en dan de formaliteiten in. We zijn lekker vroeg, we moeten zelfs nog een half uur wachten voordat de check-in open gaat.

Onvoldoende

Daar is het al snel mis: onze PCR testcertificaten zijn inderdaad niet voldoende. Iemand anders komt erbij, richtlijnen worden erbij gepakt. Gelukkig hebben we al wel onze visa in orde, en een brief van UMN. We worden uit de rij gehaald en opzij geparkeerd, en een vriendelijke dame van Qatar Airways gaat voor ons overleggen met Kathmandu. Papieren doorsturen en afwachten.

Na een uur het verlossende woord: jullie mogen door. Opnieuw Goddank! We moeten er toch niet aan denken weer terug te moeten… We zijn 200 kilo lichter (in het echt én voor ons gevoel) als we de check-in door zijn. De rest van de controles gaan probleemloos. En maar goed dat we zo vroeg waren, want alles duurt lang genoeg, maar we zijn nog prima op tijd. We hebben zelfs tijd om nog even neer te ploffen en te genieten van de broodjes die oma heeft klaargemaakt!

Relaxen

De vlucht naar Doha is daarmee heerlijk: relaxen na een paar dagen drukte en stress. Op Doha hebben we maar 2 uur overstaptijd, lang genoeg voor alles, maar kort genoeg om ons niet te vervelen.

Bij de gate voor de vlucht naar Kathmandu begint de reunie al: Ezra ziet Evan, een klasgenoot die hij al een jaar niet heeft gezien. Na twee minuten staan ze al met de ruggen tegen elkaar te meten wie het langst is, ze zijn allebei enorm gegroeid! Imre heeft hetzelfde met een ander meisje.

O ja, dit is Nepal

Na de laatste 4,5 uur naar Kathmandu landen we in een knalgroen Nepal. De moesson is hevig dit jaar, en de uitbundige flora is het bewijs. Hier ook gelijk weer de bevestiging dat we in Nepal zijn: we moeten lopend het vliegtuig uit en over het platform, om daar grotendeels zonder beschutting op het beton in een lange rij te gaan staan voor de PCR-controle. Gelukkig regent het maar zachtjes.

En tja, deze controle is er om corona in toom te houden, maar intussen staan we hutje mutje Aziatisch in de rij.

Buiten nog een beetje afstand houden, binnen is het… druk.

Weer testen

Jaïr, Ezra en Imre moeten een test, Ina en ik mogen overslaan omdat we inmiddels zijn ingeënt. Die test gaat wél heel snel.

Dat wordt weer gecompenseerd door customs (douane), waar precies twee beambten aan het werk zijn. Er komt weinig vliegverkeer Nepal in, maar vandaag in een uur precies drie vluchten. Dus we eindigen in lange rijen in een gloednieuwe hal die gebouwd is voor ‘Visit Nepal 2020’. Dat was een campagne om meer toeristen te lokken met goede service en faciliteiten. Nou, die extra punten zijn ze alweer kwijt helaas.

Ondertussen vermaken we ons met het observeren van ‘belangrijke’ Nepalezen die voordringen (en eerlijk is eerlijk, we ergeren ons er ook nog steeds aan). En kletsen we wat met bekenden, want de reunie is inmiddels verder gegroeid met weer een aantal bekende gezichten.

Als we eindelijk aan de beurt zijn blijkt Ezra’s visum niet in het systeem te staan, dus moet er weer overlegd worden. Maar het stempel is op het consulaat in Amsterdam al in z’n paspoort gezet, dus dat is niet zo’n issue.

Buiten

Is dat het dan? Ja! We mogen erdoor. De bagage staat al bij elkaar, van de band af, we zijn intussen een paar uur verder. Buiten wacht UMN-collega Ramesh met de auto, eindelijk weer een collega ‘live’! Hij heeft een kleinere auto dan anders bij zich, dus met koffers en tassen op schoot tuffen we even later door Kathmandu, dat weer chaotisch en druk is als vanouds.

Ramesh slingert wat en rijdt een poos midden op de weg. Even later weet ik waarom: hij zou eigenlijk vrij zijn, maar een collega moest met spoed naar Dhading, een projectlocatie. Normaal geen punt, maar Ramesh’ vader is net overleden, en hij heeft net 13 dagen vasten achter de rug. Zo ziet hij er ook wel uit: mager en bleek, geen energie. Nou ja, hard rijden kun je toch niet in Kathmandu.

Roze en groen

We komen veilig aan in Thecho. Het weggetje naar ons huis is inderdaad vooral modder, maar de jeep heeft daar geen probleem mee. De buren zitten net als altijd voor hun huizen te kijken, het mais staat hoog, en het huis is nog steeds knalroze. We krijgen wel nieuwe buren zien we: pal naast ons huis wordt een nieuw huis gebouwd.

We zeggen namaste tegen de buren, sjouwen de koffers naar boven, en we zijn thuis. In elk geval voor de komende dagen: thuisisolatie.

In de koelkast staat een taartje klaar, gemaakt door de zoon van onze hulp. “Welcome back!”