24 feb
  • By arnoenina

24 feb: Vis tegen de honger

De afgelopen week was ik in het district Rukum, opnieuw voor training. Maar ik had ook het voorrecht om weer wat van ons werk te zien.

Een keuken, maar regelmatig niks om te koken.

Rukum ligt iets minder ver naar het westen dan Doti en Bajhang, maar het gebied is minstens even lastig toegankelijk. Rivieren stromen diep tussen hoge, steile heuvels (geen bergen, want er ligt geen sneeuw op).

Ook in dit gebied zijn veel verschillende oorzaken waardoor veel mensen in armoede leven. Eén ervan is het klimaat: bergachtig en droog. Veel gebieden in Rukum hebben gebrek aan water, en daardoor aan voedsel. Mensen kunnen te weinig verbouwen om in hun onderhoud te voorzien. Eten kopen (dat bijvoorbeeld wordt geimporteerd uit India) is geen optie, daar is simpelweg geen geld voor. Hier geen bijzondere gerechten, kookprogramma’s of topchef-verkiezingen: overleven is de grootste zorg van mensen hier.

Werken aan voedsel

Ik bezoek Bafikot, een dorp waar UMN helpt om meer eten op de borden van de plaatselijke bevolking te krijgen. Op verschillende manieren. Via microkrediet hebben mensen geiten kunnen aanschaffen voor melk en vlees. Die lopen er gezond bij!

Bijenkasten tegen de gevel van een huis in Bafikot.

Ik bezoek een man die naast z’n huis drie bijenkasten heeft staan, ook via microkrediet. Maar ook zijn er waterleidingen aangelegd, is er gezorgd voor irrigatie, en is er voorlichting gegeven over het verbouwen van diverse (en nieuwe) gewassen, om door het jaar heen meer te kunnen oogsten.

Maar wat misschien wel het meeste verschil heeft gemaakt is: vis.

Te klein

Beneden het dorp ligt een meertje dat wordt gevoed door smeltwater uit de bergen. Een paar jaar geleden is UMN-collega Durga (een specialist rond klimaatverandering) hier een aantal weken geweest om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om vis te kweken.

In die tijd zaten er alleen hele kleine visjes in het meer, te klein om te eten. Op basis van zijn onderzoek heeft Durga voorgesteld om 4 soorten vissen uit te zetten. Soorten die passen bij de bestaande situatie, maar ook soorten die groot genoeg worden om te vangen en te eten.

Coöperatie

Maar met alleen vis uitzetten ben je er niet. Hoe hou je alles goed in stand, én zorg je ervoor dat iedereen op een eerlijke manier kan profiteren?

De oplossing werd gevonden in het opzetten van een coöperatie. Dorpelingen die geïnteresseerd waren konden lid worden van de coöperatie. De leden investeren een beetje in de coöperatie, en krijgen dan vangdagen of een deel van de vangst toegewezen.

Om de visstand op peil te houden werden quota vastgesteld: de maximale kilo’s die gevangen mogen worden. En om te voorkomen dat de vis via de overloop in de dam uit het meer zou verdwijnen werd een soort filter van gaas geplaatst. En dan moet er natuurlijk ook gevist kunnen worden. Met hulp van UMN en twee andere organisaties is er geinvesteerd in een vissersboot.

We zijn benieuwd hoe dat nu loopt. Rajesh is vandaag met ons mee, die namens UMN contact houdt met het dorp en de projecten die hier lopen. Hij is ook benieuwd, want vandaag is er een vergadering van de coöperatie. Gewoon buiten, op tuinstoelen.

Vrouwen aan het roer

Vergadering van de coöperatie.

Iedereen stelt zich voor, waarbij me opnieuw opvalt dat vrouwen vaak een leidende rol hebben in dit soort organisaties. Ook hier (net als op andere plekken waar ik geweest ben) zijn weinig mannen. Tegelijk heb ik al vaker gezien dat vrouwen in Nepal (vaak na wat aanmoediging vanwege hun traditionele achtergestelde rol) heel daadkrachtig en innovatief zijn om hun eigen situatie (en dat van hun gezin) te verbeteren. Zij doen meestal het zware werk, maar zijn ook extra gemotiveerd om te werken aan verandering. Daar kunnen veel mannen een voorbeeld aan nemen!

Wat ik begrijp na uitvoerige bijdrages van verschillende mensen is dat de coöperatie op zich goed loopt. Er wordt naar verwachting gevangen, en alle leden houden zich aan de afspraken. Toch wordt ik wat ongerust als de wat oudere vrouw naast me het woord neemt, en steeds heftiger gaat praten. Ze is ergens boos over, maar ik kan niet vatten wat het punt nou is. De rest lijkt haar onbewogen aan te horen, maar onderbreekt haar niet. Ze maakt blijkbaar een belangrijk punt, of is belangrijk genoeg om uit te laten praten.

Achteraf legt Rajesh het uit: zij is één van de eersten die het heeft aangedurfd om nieuwe dingen te proberen, en in deze ‘boot’ te stappen. Een hele stap in de sterk traditionele Nepalese cultuur. Ook in de religieuze context: dingen anders doen verstoort zomaar het geestelijk evenwicht, met allerlei onheil als gevolg. Nu zijn sommige dorpelingen die niet meedoen jaloers omdat haar situatie echt verbeterd is, en beschuldigen ze haar achter haar rug om van diefstal.

Trapboot

Na de vergadering gaan we zelf even het water op. Niet om te vissen (wij zijn tenslotte geen leden van de coöperatie) maar even een rondje over het meer.

De vissersboot zelf is een verrassing: het is eigenlijk een soort hele grote waterfiets, zo eentje die je op andere plekken als toerist kunt huren. Robuust, heel veilig, en ruimte genoeg voor alle spullen, inclusief zwemvesten (de meeste Nepalezen kunnen niet zwemmen).

Troebel

Het water is troebel, dus we zien geen enkele vis. Rajesh noemt me de Nepalese namen van de vissoorten, die ik direct weer vergeet; de Engelse namen weet hij niet.

Wat ik wel zie vandaag is dat veel gezinnen met allerlei kleine steuntjes in de rug vandaag de dag méér voedselzekerheid hebben. We bezoeken nog twee andere dorpen, waar geen meertjes zijn, maar wel op andere manieren mensen worden geholpen met voedsel en inkomen. Waar ouders minder zorgen hebben of er morgen weer wat te eten op het vuur staat. En waar kinderen naar school kunnen met een volle buik.